A Bridge Too Far A Bridge Too Far

Blog: 75 jaar Molukkers in Nederland

28 mei 2026

Elke maand schrijft onze directeur Ewout van der Horst een blog met Deventerse verhalen.

Kota Inten, Asturias en Grote Beer: de transportschepen waarmee in 1951 zo’n 12.500 Molukkers naar Nederland kwamen, hebben nog altijd een legendarische klank. Ze symboliseren de traumatische migratie van deze gemeenschap. Bij aankomst kregen de officieren en soldaten uit het voormalige Koninklijke Nederlandsch-Indische Leger hun ontslag. Met hun gezinnen kwamen ze in opvangkampen terecht in afwachting van hun terugkeer naar de Molukken. In de praktijk zou het daar nooit van komen.

Aankomst Kota Inten met Ambonezen 22 maart 1951 Rotterdam (Collectie Nationaal Archief)

De geschiedenis van de Molukse gemeenschap is doordrongen van pijn. In hun beleving zijn ze als trouwe handlangers van de koloniale machthebbers in Indonesië door de Nederlandse overheid afgedankt en verwaarloosd. Ze kregen geen steun in hun streven naar een vrije Molukse republiek. Met de nodige tegenzin maakten de Molukkers in de jaren zestig de overstap naar gezamenlijke huisvesting in nieuwbouwwijken, zoals het Oranjekwartier in Deventer. Het verblijf in Nederland voelde als gedwongen, zeker niet als een kans.

De Nederlandse overheid heeft het de Molukkers niet naar de zin kunnen maken omdat zij de voorkeur gaf aan normalisering van de verhoudingen met Indonesië. Hoewel er zeker fouten zijn gemaakt, is het de vraag of de overheid heel veel anders had kunnen handelen. De betreffende KNIL-militairen wilden zich indertijd zelf onder geen beding bij een onafhankelijk Indonesië neerleggen. Hun loyaliteit zat ze evengoed in de weg. De gemeenschap was daarmee bovenal slachtoffer van het moeizame proces van dekolonisatie.

De frustratie van de Molukkers uitte zich in de jaren zeventig in gewelddadige kapingen. Mijn vader was als jonge politieman bij de treinkaping bij Wijster in 1975. Hij zag met eigen ogen hoe de Molukse kapers een passagier in de deuropening executeerden. Ondanks alle afschuw over deze acties, leidden de kapingen ook tot meer begrip voor de moeizame situatie van de Molukkers. Thuis kreeg ik te horen dat ze hoe dan ook trouw aan koningin en vaderland waren gebleven.

Het Oranjekwartier in Deventer. (C) De Stentor | Foto: Ronald Hissink

De afgelopen jaren is er veel gesproken over het koloniale verleden van Nederland, met name in Indonesië. Met het uitsterven van de laatste generatie Indiëgangers is er ruimte gekomen voor een meer zelfkritische houding over de manier waarop Nederland aan de positie als koloniale mogendheid vasthield. Door mijn eigen studie naar de rol van mijn opa als oorlogsvrijwilliger bij het 1e Regiment Stoottroepen leerde ik het trauma van 1945-’49 van nabij kennen. Het bracht mij meer begrip voor de omstandigheden van toen en voor de gevolgen van eeuwenlange onderdrukking en racisme.

Ook de jongste generaties Molukkers beginnen voorzichtig kritische vragen te stellen. Zij pleiten ervoor om verder terug te kijken dan 75 jaar. Wat was de rol van de Molukkers in het koloniale systeem? Al lang voor de onafhankelijkheid waren er bijvoorbeeld Molukkers die zich kritisch uitlieten over de onvoorwaardelijke steun van hun volksgenoten aan Nederland. Een open gesprek kan helpen om het hele verhaal te vertellen en de pijn een plek te geven: Van de brute verovering van de Molukse specerijeneilanden, het venijnige koloniale systeem tot en met de grote dilemma’s rondom de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het zal mij benieuwen of de kritische stemmen uit de gemeenschap dit jubileumjaar ook openlijk van zich laten horen.