De Brink is op zondag 22 augustus 1976 het middelpunt van de film. Een zomerdag lang neemt het plein de rol aan van Eindhoven, waar op 18 september 1944 de bevrijding plaatsvond. Het moet een immense scène worden, waarvoor ruim duizend figuranten zich hebben gemeld.
Attenborough is die opnamedag blij met de enorme opkomst. Mooi dat alle kapsels en kleding tot in detail zijn aangepast aan die van 1944. Maar het moet van hem allemaal veel uitbundiger. “Jullie hebben net vijf jaar oorlog achter de rug. Dan mag je wel wat enthousiaster zijn!”, schalt hij over de Brink. De menigte joelt, harder en harder. Onafgebroken speelt draaiorgel De Turk ‘Oranje Boven’. Een massa van oranje en rood-wit-blauw, beweegt langs de Waag. Een parade van pantserwagens en jeeps wordt juichend en zwaaiend onthaald. Te midden van alle oranje-euforie volgt een dialoog tussen kolonels Stout en Vandeleur, gespeeld door Elliott Gould en Michael Caine. Om alles goed in beeld te krijgen moet de scène keer op keer opnieuw. Niemand vindt het erg. Leve de Koningin. Wie niet mee kan spelen, staat achter de hekken bij het Bergkwartier. Schouder aan schouder ziet het publiek hoe op de Brink het verleden herleeft en nieuwe geschiedenis wordt geschreven. Voor de film en de stad.
Herinneringen
Leny Stappers heeft levendige herinneringen aan haar deelname als figurant aan de opnames van Een brug te ver. Ze stond in de zomer van 1976 oog in oog met Michael Caine en krijgt nog altijd kippenvel als ze terugdenkt aan de tanks op de brug. ‘Uiteindelijk hebben we 8 uur gedaan om 7 seconden film te maken.’
Wilma Prins werkte destijds bij de ABN Bank in Deventer en kreeg een koffer met geld met politiebewaking mee om figuranten uit te betalen.