Oktober is de Maand van de Geschiedenis. Een uitgelezen moment om stil te staan bij de vrouwen die Deventer door de eeuwen heen mede hebben gevormd. Vrouwen die zich uitspraken, ruimte opeisten, grenzen verlegden en tot op de dag van vandaag een belangrijke maatschappelijke rol spelen.
De geschiedenis van Deventer wordt vaak verteld aan de hand van bekende mannen, gebeurtenissen en gebouwen. Maar wie beter kijkt, ontdekt een rijke geschiedenis van vrouwen die eveneens hun stempel op de stad hebben gedrukt. Hun verhalen laten zien dat de positie van vrouwen niet vanzelfsprekend is veranderd. Generatie na generatie hebben vrouwen zich ingezet voor meer vrijheid, zelfstandigheid, ontwikkeling en maatschappelijke deelname. Ook in Deventer.
We lichten daarom twee belangrijke vrouwen uit onze gedeelde geschiedenis uit.
Rabina (1844 – 1912)
Rabina werd geboren op Java als dochter van Madurese ouders en trouwde in 1873 met George Birnie, eigenaar van een landbouwonderneming in toenmalig Nederlands-Indië. Zij speelde een belangrijke rol in het familiebedrijf dankzij haar kennis van taal en cultuur. In 1875 vertrok zij met haar man naar Europa, een ingrijpende overgang van Java naar Deventer.
Na een periode in Italië vestigde het gezin zich in 1880 in een statig huis aan de Brink (nr. 68). Rabina kreeg acht of negen kinderen en leidde een leven dat zich deels binnen de muren van het huis afspeelde. Ze behield haar culturele identiteit: ze droeg een sarong en kebaja en kookte in een voor haar ontworpen keuken. Daarmee bracht zij zichtbaar en tastbaar een stuk eigen cultuur Java naar Deventer.
Officiële documenten noemen haar bij haar overlijden ‘inlandsche vrouw’, en haar naam verschijnt niet altijd volledig in archieven. Toch vertellen familieverhalen en beelden een rijker verhaal: dat van een vrouw die tussen twee werelden leefde en een brug sloeg tussen culturen. Rabina’s leven roept vragen op over identiteit, erkenning en zichtbaarheid, en maakt nieuwsgierig naar de vrouw achter de naam.
Lamme van Disse
De weduwe Lambertha, bekend als Lamme van Diese, stichtte in 1388 haar eigen huis aan de Pontsteeg in Deventer, een vrouwenhuis dat zou uitgroeien tot het Lamme van Diesehuis. Op deze plek bood zij vrouwen de kans om samen te wonen volgens de idealen van het Gemene Leven: sober, vroom en zelfstandig. Het huis lag aan het huidige Lamme van Dieseplein en vormde een belangrijk alternatief voor vrouwen, met name weduwen, die elders niet welkom waren.
Onder Lammes leiding breidde het zusterhuis zich snel uit en groeide het uit tot een licht en ruim complex, waar vrouwen relatief comfortabel leefden. Het huis stond onder wereldlijk en kerkelijk toezicht, maar ontwikkelde vanaf 1392 een duidelijke band met de Moderne Devotie. Deze beweging stimuleerde persoonlijke geloofsbeleving, innerlijke vernieuwing en zelfredzaamheid door handwerk, en speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van onderwijs en cultuur.
Bij het zusterhuis hoorde een kapel gewijd aan Sint Caecilia, waarvan nog resten bewaard zijn gebleven. Het Lamme van Diesehuis werd beroemd als de plek waar het Deventer Liedboek werd geschreven. De spreuk ‘Wat moet ik, dat doe ik’ op de buitenmuur vat de geest van de gemeenschap treffend samen. Het verhaal van Lamme van Diese laat zien hoe één vrouw met visie en overtuiging blijvende invloed kon uitoefenen op religieus, sociaal en cultureel leven in middeleeuws Deventer.